Wet tegen ongezonde woningen

Trouw.nl

Dé wet tegen ongezonde woningen

Gonny ten Haaft − 25/05/99, 00:00

Welke Nederlanders hebben zo’n grote invloed gehad op de twintigste eeuw, dat na hen de wereld niet meer dezelfde was? Beroemd, berucht of onderschat, wie veroorzaakte een wending in onze levenswijze, markeerde een doorbraak in ons denken? Met het eind van de eeuw in zicht blikt Podium iedere dinsdag terug op invloedrijke landgenoten in de afgelopen honderd jaar.

 

Halverwege deze eeuw onderkende minister J. in ‘t Veld van wederopbouw en volkshuisvesting treffend het belang van een wet die nu bijna een eeuw oud is. Maar heel weinig wetten, zo stelde deze minister in 1952, heeft ,,op het levensbeeld van ons volk en het uiterlijk aanzien van stad en land een zó grote invloed gehad als de woningwet uit 1901”.

In ‘t Veld had vandaag nog precies hetzelfde kunnen zeggen. Dé man achter de woningwet, Hendrik Goeman Borgesius, stierf in 1917, op een moment dat de wet nog bij lange na niet de invloed had die politici en volkshuisvesters haar later zouden toedichten. Pas na zijn dood schoten de woningcorporaties als paddestoelen uit de grond. Deze corporaties, die op voorstel van Borgesius subsidie van de overheid kregen als zij aan een aantal criteria voldeden, waren en zijn dé garantie dat ook zwakkere groepen in de samenleving een fatsoenlijk dak boven hun hoofd hebben. Ook is het de verdienste van Borgesius dat krotten opgeruimd mogen en kunnen worden: in ‘het belang der volkshuisvesting’ stond en staat de wet onteigening van verpauperde woningen toe.

Dat uitgerekend een liberale minister de basis voor volkshuisvesting heeft gelegd, is niet toevallig. De in 1847 geboren Goeman Borgesius was al op 23-jarige leeftijd een begenadigd spreker op de bijeenkomsten van het ‘Comité ter bespreking van de sociale kwestie’. Hij voelde zich vooral thuis bij de jong-liberalen die sympathiseerden met de Duitse zogenoemde ‘kathedersocialisten’, vooral universiteitsdocenten (vandaar de naam) die vonden dat het de taak van de staat was voor zwakkeren op te komen. De jong-liberalen vonden dat de staat deze taak echter alleen op zich moest nemen als het kwaad niet door het particulier initatief bestreden kan worden.

Vóór Borgesius in 1877 in de politiek ging, was hij leraar staatswetenschappen op de hbs en hoofdredacteur van Het Vaderland. Als Tweede Kamerlid moest hij zijn journalistieke ambities vaarwel zeggen, maar hij bleef elke gelegenheid benutten om te publiceren, bijvoorbeeld in het links-liberale maandblad Vragen des Tijds, of – anoniem – in de rubriek ‘Men schrijft ons uit Den Haag’ in de Zutphensche Courant. Zowel zijn bevlogenheid als daadkracht waren groot: in en buiten de Kamer liet hij geen ogenblik onbenut om sociaal onrecht aan de kaak te stellen. En onder sociaal onrecht valt in zijn ogen óók het kwaad dat alcohol veroorzaakt: als voorzitter van de Volksbond tegen drankmisbruik hamerde Borgesius er voortdurend op dat drankzucht alleen voorkomen kan worden als arbeiders in betere huizen wonen.

Misschien deed de artsenpraktijk van zijn vader hem het belang van een goede gezondheid (en dus niet teveel drank…) en hygiëne inzien? Wie zal het zeggen, zeker is dat hij als geen ander het verband tussen slechte huizen en het uitbreken van ziekten heeft gezien. De woningwet die hij als minister van binnenlandse zaken in 1901 als eerst verantwoordelijke ondertekende (mede-ondertekenaars waren minister van justitie Van der Linden en minister van financiën Pierson) was in de eerste plaats bedoeld om aan de vaak erbarmelijke woonomstandigheden en daarmee aan de volksgezondheid iets te doen. Omdat Borgesius ook nog eens hoofdbestuurlid was van de invloedrijke Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, hoorde hij vrijwel dagelijks de schokkende verhalen: krotten zonder ramen en stromend water, kelderwoningen die alleen via een tunneltje bereikbaar zijn en sloppenwijken waar de kakkerlak het stukken beter heeft dan de mens.

De woningwet maakte het mogelijk dat corporaties subsidie kregen om (betere) huizen te bouwen. Belangrijker nog dan dit geld, was de mentaliteitsverandering die deze wet met zich meebracht. Voor het eerst nam de overheid de zorg voor het huisvesten van ‘minvermogenden’ op zich, een zorg die in Nederland tot op de dag van vandaag hoog in het vaandel is blijven staan. Bovendien was de woningwet als één van de eerste een ‘kwaliteitswet’ die ook anno 1999 niet zou misstaan: in plaats van de wildgroei aan gemeentelijke voorschriften, besloot Borgesius tot een uniformering van regels in de bouw, waaruit later het ingewikkelde Bouwbesluit voortkwam. Pas dit jaar pleit een staatssecretaris volkshuisvesting – namelijk Remkes – voor het eerst serieus voor een minder complex stelsel van bouw-standaarden en regels: tot zolang was de invloed van Borgesius zelfs tot in de kleinste details als drempel- en plafondhoogten zichtbaar.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: