Bouwbiologie en monumentenzorg

De titel mag u vreemd voorkomen: wat heeft bouwbiologie met monumentenzorg te maken? Vakwerkhuis

Voor bouwbiologen is het een vanzelfsprekendheid: door de kennis op het gebied van bouwfysica en bouwmaterialen en de daarbij horenden details wordt vaak gesproken van “dampopen” gevels. Not done is het spreken over “ademende gevels”: die bestaan simpelweg niet.

Bouwbiologen hebben op basis van hun kennis een voorkeur voor natuurlijke bouwmaterialen met zo min mogelijk schadelijke stoffen en consequenties voor mens en milieu. Deze bouwmaterialen hebben de eigenschap dat zij – naast thermische of akoestische eigenschappen – ook zeer goede bouwfysische eigenschappen hebben. Om deze optimaal te benutten voor een beter binnenklimaat wordt op een andere manier gebouwd: dampopen. De bufferfunctie van damp maakt een tijdverschoven afgifte van damp naar twee kanten mogelijk, afhankelijk van de dampdruk. Worden natuurlijke bouwmaterialen op een traditionele dampdichte manier verwerkt, wordt dus geen gebruik gemaakt van deze bijzondere eigenschappen.

Een ander aspect – bijzonder interessant voor de monumentenzorg – is het reversibele karakter van deze bouwmaterialen en het voorkomen van beschadigingen van het gebouw zelf door schimmel of vocht.

Voorbewerking wand voor leemstucIn Duitsland is dit allang bekend en is het bijna ondoenlijk om niet op deze manier te restaureren, immers zijn dat vaak ook de bouwstoffen die oorspronkelijk gebruikt werden. De ervaringen met moderne bouwstoffen heeft velen “Denkmalschuetzern” de ogen geopend en de weg vrijgemaakt voor verder onderzoek.

Zo is het onderzoek naar dynamisch damptransport en gedrag uitgebreid onderzocht en staat gelijkwaardig aan het traditionele dampdichte bouwen. Simulaties van dynamisch gedrag wordt uitgevoerd met software waarin klimaatdata uit een bepaalde klimaatzone zijn opgenomen. Hierbij wordt de capillaire werking van damp in relatie met bouwmaterialen in een bepaalde klimaatzone zodanig gesimuleerd dat er niet meer van een winter-zomer compensatie, maar van een dag op dag compensatie wordt uitgegaan.

Dit leidt ook tot een besparing in energiekosten op natuurlijke manier met een directe invloed op de installaties. Wordt hierbij nog gebruik gemaakt van natuurlijk materiaal met pcm (=phase change material) is de invloed op de installatie zelfs nog groter.

Ook hiervoor is bepaalde software ontwikkeld die deze eigenschappen bij het bepalen van ventilatie, verwarming en koeling meenemen om een zo groot mogelijke energiebesparing, een constant binnenklimaat en beperkte (en dus ook betaalbare) installaties tot gevolg hebben.

Dat ingrepen bij een monument altijd reversibel en zo min mogelijk dienen te zijn om het gebouw niet te beschadigen is allang leemstuc oud gewelfduidelijk, zeker voor bouwbiologen. Bij een bewoond monument staat comfort echter wel hoog op de agenda.

Bouwbiologen weten dat er niet een optie bestaat om een monument aan hedendaagse eisen aan te passen ( als dat überhaupt al mogelijk zou zijn), maar de kennis en het gedachtegoed van bouwbiologen in de praktijk sluit naadloos aan aan de hedendaagse eisen binnen de monumentenzorg: op dat we met zijn allen ook in toekomst gebruik van onze monumenten kunnen maken zonder zij door een te grote focus op energiebesparing voor altijd te beschadigen.

Monumenten zijn maatwerk en scheppen verplichting en verwachting tegelijk.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: