Bouwbiologie – het onderscheidend vermogen

Bent u thuis in duurzaam bouwen?

De ontwikkelingen op dit gebied hebben een razendsnel tempo. Terwijl de bouwproductie op een historisch laag niveau ligt, volgen de innovatieve ontwikkelingen op technisch en materiaalniveau elkaar in rap tempo op.

Nieuwe materialen, cool-klinkende nieuwe technische hoogstandjes, vernieuwende concepten en met name zeer interessante meningen hierover verschijnen bijna dagelijks in het openbaar als we linkedin daarbij mogen rekenen.

Terwijl bouwbiologie al ruim 40 jaar aan een continue ontwikkelingsproces onderhevig is, zijn de 25 basisregels nog even actueel als toen zij werden geformuleerd. Sterker nog: terwijl de ontwikkelingen in 2013 zeker een soort van momentum hebben bereikt, zijn zij evidenter dan ooit.

De nadruk op energiebesparing is vooral ingegeven door de verwachte stijgende energierekeningen en in mindere mate door milieu- en gezondheidsbewustzijn. Dit is natuurlijk voor de traditionele industrie een uitgelezen kans: immers kan bij een hogere isolatie-eis van gebouwen ook meer van hetzelfde verkocht worden. Een verhoging van de Rc-waarde van de gebouwschil van 3,5 naar 5 betekend bijna een verdubbeling van de dikte van de isolatie. Voeg hierbij nog de eis van een verlaagde EPC en in de ogen van de installatiebranche ziet u Euro-tekens gepaard met een big-smile. Begrijpelijk.

Kort samengevat: er zit business in energiebesparing, voor bedrijven en consumenten. Dat is goed mits oprecht gecommuniceerd: Hogere isolatie betekent meer omzet en vervolgens meer werkgelegenheid. Iedereen blij. (We gaan dan niet in op compensatie door lagere bouwproductie, verhoging van efficiency, kortlopende contracten etc.)

Welk standpunt neemt de bouwbiologie in in deze ontwikkeling?

Uitgangspunt is het welzijn en welbevinden van de mens. Wat voor de mens goed is, is ook goed voor het milieu. Hierbij wordt in lange termijnen gedacht. Ook lijken ontwikkelingen op het eerste gezicht goed en verstandig, getoetst worden deze aan hand van de 25 basisregels bouwbiologie. Pas als integraal de effecten op korte en lange termijn middels onderzoek en toetsing geanalyseerd zijn, worden deze beoordeelt.

Dat is voor de doorsnee betrokkene bijna ondoenlijk. De kennis, de gegevens, de onderzoeksmethodieken, het netwerk en het tijdshorizon ontbreekt in de meeste gevallen. In de meeste gevallen leiden veel professionals een zogenaamd snip-snap beleid: hier een beetje, daar een beetje, komt wel goed.

Bouwbiologen denken daar iets verschilliger over: de wetenschap alleen al dat vele acties pas vele jaren later op hun daadwerkelijke effecten beoordeelt kunnen worden heeft hun ertoe aangezet om hun kennis op het gebied van duurzaamheid zowel te verbreden als te verdiepen en zich op te laten leiden tot bouwbioloog IBB/IBN. (we brengen hier even een nuance aan, omdat niet elke bouwbioloog over een even degelijke opleiding beschikt, de titel niet beschermd is en er in de markt ook nog heel wat ‘kwakzalvers’ te werk gaan, vandaar de link met het IBN).

Omdat het kennisgebied dermate groot en onoverzichtelijk is, blijft het in de meeste gevallen puzzelen en hopen op de beoogde effecten, in de beste gevallen leidt het tot ketensamenwerking, nog nauwelijks tot echte keten- en kennisintegratie.

Zoals we laatst hoorden van iemand uit de grotere traditionele bouwketen: “We werken graag samen met andere ketenpartners, maar uitsluitend met gelijkwaardige en complementaire partners.” Daar zit wat in. De ene waarheid is de andere niet, het ene product anders dan het andere en de voorgestelde oplossingen variëren afhankelijk van het speerpunt van de opdracht (of de interpretatie daarvan).

Complementair, dus elkaar aanvullend, is – zeker ook vanuit commercieel oogpunt –  begrijpelijk: geen concurrentie, geen welles-nietes discussies en commitment van alle partijen (nogal wat anders dan brancheverenigingen, zie hier recent artikel van prof. dr. Jan Rotmans in Cobouw).

Het onderscheidend vermogen van bouwbiologen IBB/IBN ten opzicht van andere professionals is het feit, dat zij niet een speerpunt nastreven, maar integraal en interdisciplinair te werk gaan en hier ook over de fundamentele kennis beschikken, waardoor zij geen concurrentie van elkaar vormen, maar zeer goede gesprekspartners en kennisdragers zijn, die oplossingen kunnen aandragen diens effecten niet alleen op korte termijn winst opleveren, maar zeker ook op lange termijn als verstandige keuzes naar voren komen.

Nemen we als voorbeeld de eis van de EPC (=energie prestatie coëfficiënt). Hierbij worden heel wat aspecten beoordeelt en berekend om aan te geven wat de energieprestatie van een gebouw is. De aspecten variëren van gebouwschil, materiaal, oriëntatie  energie, installaties, warmwateropwekking, koeling en ventilatie, om maar een paar te noemen. De EPC berekening is gebaseerd op de NEN 7120 (sinds 2012). Hierbij geldt het een zo laag mogelijk coëfficiënt te bereiken omdat deze de grondslag vormt voor het energielabel (u weet wel: a,b,c,d,e,f,g), waarmee u uw huis kunt kwalificeren op energieniveau.

In de normcommissies zitten vertegenwoordigers uit de betrokken (let op: zittende!) branches, adviseurs, beleidsmakers etc. met het doel een breed draagvlak en toepassing van deze eisen te bereiken. Ook dienen deze normen als beleids-, sturings-  en toetsingsinstrumenten, o.a. ook op economisch gebied.

Bouwbiologen zijn in Nederland niet of ondervertegenwoordigd in deze commissies. De een of andere hoogleraar oefent wel degelijk invloed op door kennis breder toegankelijk te maken. Vaak nog te beperkt om te kunnen spreken over baanbrekende ontwikkelingen.

Op internationaal niveau ziet dat iets anders uit: mede door de lange traditie van bouwbiologie IBN zijn de contacten met diverse disciplines, branches en netwerken tot in nationale beleidsgremia  en zelfs tot in (weliswaar provinciale) wetgeving en stimuleringsregelingen doorgedrongen. Europees beleid over steeds strengere eisen mbt gezondheidseffecten door bebouwing worden steeds strenger (ook al zou het nog wat jaren duren voordat de bouwbiologische kennis ten volle doorgedrongen is in Europese en nationale wet- en regelgeving).

Terugkomend op de EPC betekend dat, dat een bouwbiologische ( = gezonde) aanpak van een integrale duurzame gebouwbenadering beperkt mogelijk is. Zelfs het aantonen van gelijkwaardigheid vraagt om exceptionele inspanningen, o.a. op beleidsniveau. Dat het mogelijk is, laten steeds meer voorbeelden zien. Hierbij zijn bouwbiologen IBB/IBN de aangewezen professionals.

Bouwbiologen IBB/IBN kunnen het verschil maken door uw perspectief te verbreden en nu al te ontwerpen, plannen, herontwikkelen, bouwen, verbouwen en renoveren zodat uw vastgoed niet alleen kostbaar, maar vooral waardevol en waardevast (voor u en uw klanten) blijft, ook voor de volgende generatie.

Onderscheidend vermogen?

Breed en vooruitziend blik, uitgebreide kennis en praktische handvatten!

Ondersteund door degelijke opleiding, aantal specialismen  internationaal netwerk en state-of the-art – al ruim 40 jaar!

Meer weten?

http://www.bouwbiologieibb.com

Tel. ma-vr 9 -11h

+31-(0)35-5238900

mail: avgb@live.nl

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: